5 fouten met kamerplanten in de winter
Zodra de dagen korter worden en we de verwarming lekker hoog zetten, begint voor onze kamerplanten een lastige tijd. Wij vinden het binnen heerlijk warm, maar je groene vrienden moeten flink wennen aan de omschakeling. De lucht wordt droger en het zonnetje laat zich minder vaak zien.
Zie je dat je plant wat zielig kijkt, bruine randjes krijgt of zelfs blad verliest? Geen paniek! Vaak is het geen ziekte, maar een klein foutje in de verzorging. We hebben de 5 meest gemaakte winterfouten voor je op een rij gezet, zodat jouw jungle ook in de winter stralend groen blijft.
1. De planten verdrinken
Het is de fout die we bijna allemaal maken: we blijven water geven zoals we dat in de zomer deden. Maar in de winter gaan de meeste planten in een soort ‘winterslaap’. Ze groeien bijna niet en hebben dus veel minder drinken nodig. Als de wortels in een laagje natte grond blijven staan, gaan ze rotten. En dat is vaak het einde van je plant.
De tip van Tuinland: Doe even de vingercheck. Steek je vinger een paar centimeter diep in de grond. Voelt het nog vochtig? Laat de gieter dan nog even staan. In de winter is een keer per twee weken vaak al genoeg voor veel planten.
2. Te dicht bij de warme verwarming
Wij kruipen er het liefst tegenaan, maar je plant wordt echt niet blij van de radiator. De lucht die van de verwarming afkomt is ontzettend droog. Je plant krijgt hierdoor droge, bruine bladranden of krullende bladeren. Ook beestjes, zoals spint, zijn gek op die droge warmte en vallen je plant dan sneller aan.
Probeer je planten dus wat meer ruimte te geven. Zet ze minstens een meter van de verwarming af. Heb je vloerverwarming? Zet je planten dan op een tafeltje of een plantentrolley. Zo worden de wortels niet te warm.
3. Een veel te droge lucht
Planten zoals de Calathea of varens komen uit de jungle. Daar is de lucht altijd vochtig. In onze huiskamers is de lucht in de winter juist heel droog door de verwarming. Alleen een beetje sproeien met de plantenspuit helpt vaak maar voor heel even.
Wat echt goed werkt, is je planten gezellig bij elkaar zetten. Ze maken dan samen een eigen groepje met een hogere luchtvochtigheid. Ook kun je bakjes water aan de verwarming hangen of je planten op een schaaltje met natte steentjes (hydrokorrels) zetten. Zo verdampt het water rondom de bladeren en voelt je plant zich weer helemaal thuis.
4. Te weinig licht vangen
In de winter is het licht in Nederland niet alleen korter aanwezig, maar het is ook minder sterk. Een plekje waar je plant in de zomer nog vrolijk stond, is nu misschien veel te donker. Als een plant te weinig licht krijgt, stopt hij met groeien of laat hij zijn onderste bladeren vallen.
Help je plant een handje en schuif hem in de winter wat dichter naar het raam. En wist je dat stof op de bladeren ook licht tegenhoudt? Haal er af en toe een vochtig doekje overheen. Zo kan je plant elk klein beetje zonlicht goed opvangen.
5. Te veel liefde (voeding en verpotten)
Soms willen we té goed zorgen voor een plant die er wat minder mooi bij staat. We geven dan extra plantenvoeding of we verpotten hem naar een grotere pot. Doe dit liever niet in de winter! Omdat de plant rust, kan hij die extra voeding niet verwerken. De zouten in de voeding kunnen de wortels zelfs beschadigen.
Laat je plant in de winter lekker met rust. Stop met voeden vanaf oktober en wacht met verpotten tot het voorjaar (maart of april). Zodra je in de lente weer nieuwe groene puntjes ziet verschijnen, mag je de voeding weer uit de kast halen.
Klaar voor de lente!
Eigenlijk is de belangrijkste les voor de winter: doe maar even lekker rustig aan. Minder water, geen voeding en een fijn plekje uit de buurt van de verwarming. Zo help je jouw kamerplanten gezond de winter door en kunnen ze in de lente weer volop gaan groeien. Voor je het weet schijnt het zonnetje weer en is jouw groene jungle sterker dan ooit!